Gaatverweg.nl

Jouw reisverhalen horen hier

19494 reizigers gingen je voor, begin nu je eigen gratis reisblog

.GAATVERWEG.NL


01-05: Siberische shaslick en een biertje op Baikal

Posted on 01 mei 2012 in Geen categorie | Reageren uitgeschakeld

Wat is de wereld toch mooi… Terwijl de ijzige wind door de bomen raast vind ik mezelf op een beschut plekje, met links naast me een biertje, van rechts enkele zonnestralen die door de takken weten te breken, in mijn rug een taigawoud op de flanken van een volwassen heuvel en in de verte, nauwelijks zichtbaar, witte pieken van de bergen op een paar kilometer afstand. Het enige dat me van dit Siberisch schouwspel scheidt is het immens grote Baikalmeer, ‘s werelds diepste. Ik neem nog een slok en mijn gedachten dwalen af naar de afgelopen week.

Mijn gedachten dwalen af naar de laatste dag in Perm, waar ik mijn liefde voor de dierentuin verloor aan een Siberische tijger, een zwarte panter, twee pracht exemplaren van leeuwen en nog vele exotische dieren, opgesloten in veel te kleine kooien. Perm, waar ik naar mijn weten voor het eerst oog in oog stond met de zogenaamde moderne kunst in het plaatselijk museum. Perm, waar ik, op het moment dat ik het wel gezien dacht te hebben, aan de praat raakte met een paar straatmuzikanten waarvan er één een vriendin in Nederland bleek te hebben. In mijn tas zitten nu twee souvenirs voor haar die ik bij mijn terugkost heb beloofd in Arnhem te bezorgen. Perm, waar ik dacht mijn eerste neger te zien, maar dit later weer werd gecompenseerd toen er een albino in de bus stapte.

Mijn gedachten dwalen af naar Tyumen, waar ik te gast was  bij Anna en haar ouders. In Tyumen hebben we veel gewandeld, een tweetal musea bezocht, een kijkje genomen in een echte Russische universiteit met strenge hoofden van de professoren aan de wand en wat gedronken met een aantal vrienden van Anna. In de bar waar het drinkgelach plaatsvind hoor ik op weg naar de wc iemand in wel erg gebrekkig Engels een verhaal ophangen tegen zijn metgezel. “Hé, een Nederlander!” zeg ik en zo raak ik aan de praat met een medewerker van Fokker die op zakenreis is. Als ik dit aan onze tafel vertel levert me dit vragende blikken op… “Fokker?” de moeder van Anna kan mijn reis maar niet begrijpen, zelf ligt ze liever twee weken aan zee in de zon, en geeft me bij vertrek pannenkoekjes, brood, servetjes en een zware pot kersenjam mee.

Mijn gedachten dwalen af naar Krasnoyarsk, waar ik een zware pot kersenjam heb voor mijn gastheer en -vrouw; Fyodor en Oksana. Fyodor heeft als vertaler gewerkt voor de lokale basketballploeg, acterend op Europees niveau, en refereert aan de spelers als ‘my niggers’. Op de eerste avond word ik meegenomen naar een aantal vrienden van hem met een wc waarvan ik me afvraag of die ooit wordt doorgetrokken. Wijzend op mijn flesje Heineken zegt Fyodor dat het een goed middel is om de taalbarriere weg te nemen. Ik luister het gesprek tussen de Russische studenten even aan, neem het zekere voor het onzekere en besluit er direct nog maar één in te gooien. Het werkt wonderbaarlijk en ik word uitgenodigd voor een wandeling door Stolby, een natuurpark net buiten de stad.

De volgende dag gaat mijn wekker al vroeg en wanneer men in Nederland net de kroeg uit naar huis gaat, stap ik met een tijdsverschil van +6 de bus in. De bus zet Lena en mij op zeven kilometer van ons doel af en de rest gaat met de benenwagen. De communicatie verloopt in een mix van Engels, Duits en gebaren. Als me duidelijk is geworden dat Lena alpiniste derde klas is kan ik enige trots niet verbergen wanneer zij vraagt om een rustpauze, ze is wat ziek. Een wandeling zou het worden en daar blijken Russen en Nederlanders dus wat anders onder te verstaan; na de zeven kilometer komen de eerste machtige rotsformaties waar het park bekend om staat in zicht. Ik wijs lachend op iemand die zonder touw tegen de steile wand omhoog probeert te klimmen. Even later blijkt dat die klim ook onderdeel van onze wandeling is. Waarom ook niet, en samen, ik op m’n niet zo gangbare gympies, klauteren we over rotsen en richels naar de top waar ons een fantastisch uitzicht wacht. Als een officieel erkende Stolbyist word ik vervolgens 29 keer (29 april) met één van mijn eigen gympen op m’n billen geslagen, alsof m’n schoenen nog niet genoeg hebben hoeven lijden. Zo ontzettend bijzonder blijkt mijn prestatie echter niet te zijn want af en taan klimmen jong, oud, dik en dun naar boven.

Waar mijn trip door Rusland tot nu toe erg ‘urban’ en cultureel is geweest komt daar in dit park eindelijk verandering is. Het is ontzettend stil wanneer we zwijgend van de ene rotsformatie naar de ander lopen. Het enige dat de stilte doorbreekt is het gekwetter van een zangvogel, het getik van een specht en onze knarsende voetstappen in de sneeuw. O, en we komen iemand tegen die een plank van vier meter met zich meesjouwt, ook leuk. Wanneer we na onze tweede stop uitzicht hebben op heuvels, bos en rots in het zuiden zie ik in gedachten daarachter het land van de wilde paarden, yakmelk en Ghengis Khan al liggen. Het uitgestrekte, dunbevolkte en mystieke Mongolië. Als ik thuis op mijn kaartje kijk blijk ik over beste gedachten te beschikken daar Mongolië nog minstens 500 kilometer verwijderd is.

‘s Avonds neemt Fyodor mee mee naar een sporthal waar menig geblokte Rus en Russin zijn of haar trucje doet op de trampoline, op de mat, aan de rekstok of op de klimmuur. Ik besluit het bij een paar voor- en achterwaartse salto’s in de schuimbak te houden en vlak voor het tijd is breekt, of iets dergelijks, Fyodor zijn teen op de trampoline. Thuis gaat er ijs op en maak ik hutspot.

De volgende dag word ik op de trein gezet naar Irkutsk en deel ik mijn coupe met moeder en, waarschijnlijk vrouwelijk gezien de de omvangrijke boezem, haar dochter. Dit tweetal lijkt te werken voor Google maps Russia daar werkelijk elke seconde een foto uit het raampje wordt gemaakt. Ik voel de druk op mijn schouders en besluit voor de ook maar een keer te klikken met mijn cameraatje. Wanneer de trein de lelijke stad uitrijdt wordt het voor hun veel te luxe fototoestel, ze stellen niet eens scherp, klikken maar raak, opgeborgen… Russen. Communicatie met dit setje is moeilijk, we spreken elkaars taal niet en afgezien van dat spreken zij sowieso geen enkele taal naar het schijnt. Mijn aanbod van koekjes en brood wordt met een  ‘njet’ en een blik alsof het vergif is afgewezen. Verdikkie, weer niets weten te delen. Bij de volgende stop besluit ik wat bij de handelaren op het perron te halen, cedarnuts of iets dergelijks, en wonder boven wonder gaan deze er bij het kind dat zowel 40 als 20 zou kunnen zijn wel in. Ze zijn wel lief, maar ook hier gaat liefde door de maag. 

Mijn trein arriveert al vroeg in Irkutsk en een half uur voor we het station binnenrijden word ik gewekt door het gepiep van de camera, ze hebben een dikke tas mee, ik vermoed vol geheugenkaartjes en accu’s. Voor ik door enkele Russen volledig een taxi in word gedrukt komt als redder in nood Youri aanrennen, “Bredenhoff?” vraagt hij en m’n, al getaalde vervoer naar Listvyanka aan het Baikalmeer is gered. Na een dik uur rijden komen we aan en kan ik mij. Tweepersoonskamer met balkon en uitzicht op het meer met aan weerszijden beboste en besneeuwde bergen.

Ik rust wat uit en besluit daarna een verkenningstocht te maken langs het meer waar de openingsscene van dit verhaal zich afspeelt. Ik eet wat rijst en varken van de barbecue, neem een kijkje bij de souvenirs, koop niks en maak een praatje met twee Nederlanders, vader en zoon, uit Leiden die net als ik bij de Treinreiswinkel hebben geboekt. Na een paar uur loop ik door het pittoreske dorpje naar huis. In de lucht hangt de geur van gerookte vis, gegrild vlees en brandend hout. Bij het chaletje groet ik de koeien, neem een douche met biertje en kijk hoe de zon langzaam achter de bergen verdwijnt. In het dorp klinkt het geblaf van honden, op z’n 101 dalmatiërs’, en af en toe de hamer of kettingzaag van een paar timmerlieden in de buurt. De overattente eigenaresse van mijn onderkomen komt vragen hoe laat ik ontbijt wil en deelt mee dat de grats cakejes onder een doek verstopt liggen tegen het uitdrogen. Wat zal ik vannacht lekker slapen.

Morgen wellicht foto’s, ik heb een computer gespot