Nadat we een kijkje waren gaan nemen in de kroegen van Dunedin (het laatste wapenfeit in ons vorige verslag) zijn we op Goede Vrijdag fit genoeg om een bezoekje te brengen aan de chocoladefabriek. Vooral voor Michiel en zijn chocoladeverslaving is dit een leuk uitstapje. Tijdens de rondleiding wordt voor elk goed antwoord chocola uitgedeeld, je begrijpt wel dat Michiel de hele tijd in opperste concentratie aan het luisteren is. Hyper actief van de chocola nemen we wat later plaats in de bus, bestemming; Cromwell. Hier verblijven we één nachtje (de bus reed helaas niet verder) om de volgende dag pas door te rijden naar Wanaka. Dit plaatsje is het minder ontwikkelde broertje van Queenstown en mag er ook zeker wezen. Omdat we hier het paasweekend aankomen blijkt het er hartstikke druk, gelukkig komen we vroeg aan en zijn er bij het derde hostel toch nog een paar twee bedden vrij. Tijdens ons korte verblijf hier zijn we voor de verandering eens een stukje gaan wandelen, uiteraard bergop. Wanneer we na de nodige zweetdruppels de top bereiken zien we dat Lake Wanaka er op deze zonnige dag hartstikke mooi bijligt. Moe maar voldaan brengen we onze avond door in de jacuzzi in de tuin van het hostel. Na een sprintje in badkleding (herfstnachten in Nieuw-Zeeland kunnen al aardig fris zijn) van onze kamer naar de jacuzzi is het extra genieten van het warme water.
Na ons bliksembezoek van een dag aan Wanaka brengen we wat langer door in het dorpje aan de voet van de Franz Josef gletsjer, origineel genaamd Franz Josef. De eerste ochtend staan we op met de intentie om een gidswandeling over de gletsjer te gaan maken. Omdat het zulk lekker onbewolkt weer is krijgen we echter de ingeving om onze dag anders te gaan besteden. Waarom over gletsjers gaan lopen als je ook uit vliegtuigen kan springen? Dus niet te lang nadenken en zo snel mogelijk een plek reserveren voor skydiven. Omdat de eerste mogelijkheid om te springen zich pas een paar uur later voordoet, hebben we nog genoeg tijd om een bezoekje te brengen aan het toilet en een deel mee te pikken van de Lord of the Rings-marathon die een paar lamme tosti’s in het hostel aan het houden zijn (dit laatste uiteraard op verzoek van Nicole…). De spanning begint al een beetje toe te nemen als we met een busje naar het vliegveld worden gebracht, maar we krijgen pas echt zweethandjes in het vliegtuig. We zitten met z’n drieën (exclusief personeel van 5 man sterk) in een mini sportvliegtuigje en het andere meisje mag op 12.000 feet springen, wij gaan er echter pas op 15.000 feet (5km) uit. Op het moment dat de deur voor het meisje open gaat zitten wij tegen de andere kant van het vliegtuig aangekleefd. Ze is binnen een mum van tijd uit het vliegtuig verdwenen en dan schiet er toch wel even door ons heen ‘waar zijn we in godsnaam mee bezig?!’. Wanneer voor de tweede keer de deur opengaat hangt de cameraman van Nicole binnen no-time aan de vleugel en ligt ons lot in handen van de wildvreemde man achter op onze rug. Het ene moment hangen we met onze benen over de reling van het vliegtuig, het volgende komt de grond met 200 km/u op ons af en is het maar hopen dat de parachute toch echt wel open gaat. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen, gletsjers en de kustlijn beleven we tijdens onze val nog veel intenser dan vanuit het vliegtuig. Toch zijn we allebei weer blij wanneer we met beide benen op de grond staan en geeft het besef dat we dit gedaan hebben een enorme kick.
De volgende dag is het zo mogelijk nog mooier (skydive)weer, maar om twee dagen achter elkaar hetzelfde te ondernemen wordt een beetje saai, dus besluiten we vandaag alsnog de gletsjer wandeling te gaan maken. Voordat we de gletsjer op gaan moeten we eerst de crampers (spikes) onder onze lompgrote wandelschoenen binden. De ijzeren pinnen onder de schoen zijn verplichte kost voor het geval je geen ijs wil koppen. De gletsjer is een erg aparte omgeving om rond te wandelen. Je loopt immers in je t-shirtje over een 9 km lange ijsrivier die altijd in beweging is en die van dag tot dag erg kan verschillen. Hierdoor lopen de gidsen ook nooit dezelfde route.
Helemaal bovenaan de westkust ligt het pittoreske (lees; saaie) Nelson, het volgende plaatsje dat we met een bezoek gaan vereren. Het nabijgelegen Nationaal park Abel Tasman is vanuit Nelson goed te bereiken. Omdat het peddelen in Milford Sound, vanwege het intieme gevoel met de omgeving ons erg goed was bevallen, besluiten we ook hier in een kajak te springen. Wederom is het een prachtige tour, met als absoluut hoogtepunt de ontmoeting met een hele groep baby-zeehondjes. In een door rotsen afgesloten ‘baby badje’ kunnen de zeehondjes namelijk zonder angst voor roofdieren onbezorgd spelen. Wanneer we langs komen gevaren zijn de zeehondjes bovendien net zo geïnteresseerd in ons, als wij in hen. Na een lunch op een afgelegen strandje worden we met een watertaxi naar het begin van onze wandelroute voor die middag gebracht. Een halve dag kajakken en een halve dag wandelen is een mooie afwisselende manier om een Nationaal Park te bezichtigen.
Nieuw-Zeeland is hard aan de weg aan het timmeren om een belangrijke speler te worden in wijnproductie. Omdat Nicole graag een wijntje drinkt (en Michiel inmiddels ook) kunnen we het niet nalaten een proeverij te doen in de belangrijkste wijnstreek van het land. Op een fietsje tijdens een zonnige herfstdag verschillende wijngaarden bezoeken is dan ook onze bezigheid op Koninginnedag. De chique wijngaarden proberen elkaar af te troeven op uitstraling met de ontvangstruimtes en als je dan (op de meeste plekken gratis) een stuk of 8 wijntjes kan proeven hoor je ons niet klagen. Je zou denken dat we minimaal net zo dronken worden als op elke andere Koninginnedag, echter niets is minder waar aangezien er bij de proeverijen niet zo scheutig wordt geschonken.
Onze rondreis door Nieuw-Zeeland eindigt in de hoofdstad Wellington. Reden hiervoor is dat we hier ons eerste visum (het Chinese) voor de Trans Mongolië Express moeten regelen. Omdat we zo snel mogelijk naar Bali willen, proberen we ons verblijf in Wellington zo kort mogelijk te houden. Nadat we op zondagavond aangekomen zijn zitten we dan ook maandag om negen uur op de stoep van de ambassade. Helaas valt onze planning al meteen in het water aangezien de Ambassade gesloten is vanwege een lang weekend na één mei, dag van de arbeid.
Dag van de arbeid? Ga eens werken dan!
De volgende dag hebben we meer geluk en kunnen we onze aanvraag indienen om deze een dag later op te halen. Dit klinkt makkelijker dan het in de praktijk is. De vele regeltjes, formulieren en procedures voor de visa, benodigd voor de Trans Mongolië Express zijn op z’n zachts gezegd irritant. We zijn dan ook benieuwd of we alles uiteindelijk rond zullen krijgen voor de lange treinreis. Nadat we onze visa in de pocket hebben zitten boeken we de eerstvolgende vlucht naar het warme Bali.
Tussen de bezoeken aan de ambassade door nemen we nog wel een kijkje bij het parlementsgebouw en de Botanische tuinen. Net als in Australië hebben we geluk, want tijdens ons bezoek was het parlement bezig met het wekelijkse vragen uurtje.
In Nieuw-Zeeland hebben een geweldige tijd gehad, want het is simpelweg een prachtig land.
Gelukkig zijn we hier niet opgegroeid, anders zou dit natuurschoon de gewoonste zaak van de wereld zijn en zouden andere landen misschien alleen maar tegen vallen.