Na een maandje Trondheim verkennen is het tijd om wat meer van Noorwegen te zien. Samen met Rob en Germaine heb ik een lang weekend Oslo gepland, waarbij we worden vergezeld door Joost en Petra. Twee Q’ers die Noorwegen ook wel eens van dichtbij wilden zien.
Op zondagochtend stap ik in de trein om een dikke zeven uur later aan te komen in Oslo. Nu zul je denken dat is wel erg lang en saai, maar gelukkig valt er in Noorwegen meer te zien dan polders en bossen. De Noorse trein, die overigens maar twee wagons lang is, rijdt ons door allerlei verschillende landschappen. Tienduizenden kleuren groen, ijsmeren, bergen, watervalletjes, sneeuw, Limburgs heuvellandschap; het trekt allemaal aan ons voorbij. Allemaal onbeschrijflijk mooi.
Het welkom in Oslo is jammer genoeg niet zo hartelijk. Na een treinreis waarbij de zon vaak hoog aan de hemel stond, komt het nu met bakken uit de hemel. Uiteindelijk waag ik mij door de regen en kom ik aan in het hotel waar de gratis thee al op mij wacht
. ’s Avonds maken we met z’n allen nog een wandeling langs het Operahuset, de nieuwe concertzaal van Oslo die er prachtig bij ligt.
De volgende dag maakt de zon alles weer goed en is het tijd om de toerist uit te hangen. Allereerst natuurlijk naar de kathedraal, waar kroonprins Haakon tien jaar geleden trouwde met zijn Mette-Marit. Daar aangekomen blijkt de kerk niet veel groter dan onze eigen Bergse basiliek. Moet je je voorstellen Willem Alexander en Maxima de Bergse trappen op …
Onze toeristische dag wordt voortgezet in het Vikingmuseum. Ons idee van barbaarse zeelui wordt toch een beetje aangepast. Ze waren dan wel heer en meester over de noordelijke zeeën, maar ook de Vikingen hadden stijl. De Vikingschepen werden namelijk niet alleen gebruikt om te varen. Na een paar jaar als schip te hebben gediend, werden ze omgebouwd tot grafschepen. De rijke Vikingen werden in deze schepen begraven waarbij het ze niet ontbrak aan sieraden, eten en dieren. Als het schip was omgetoverd tot een ware grafkamer werd het begraven onder de grond.
Na een tochtje met de ferry langs het fjord van Oslo gaan we nog langs in het raadhuis, waar we tussen alle internationale geschenken ook enkele borden van Beatrix en Claus aantreffen. Om de dag af te sluiten maken we nog een wandeling door het Vigelandsparken, waar veel sculturen te zien zijn.
De tweede volle dag in Oslo is de nationale feestdag. Met de kaartjes van de VVV op zak gaan we naar het koninklijk paleis toe, waar de hele ochtend een parade zal langstrekken. We hebben dan wel staanplaatsen gekregen, maar zittend op de stenen muur in de zon hebben wij het beste uitzicht. Alle scholen uit Oslo lopen mee in de parade, waarbij ze vergezeld worden door verschillende muziekkorpsen uit de omgeving. Sommige korpsen lopen we akelig recht en doen alles precies in de maat, maar er zijn ook veelt scholen die hun eigen marching band hebben meegenomen. Erg schattig al die kleine kinderen met hun euphonium. Op de nationale feestdag moet je er natuurlijk goed uitzien als Noor. Het is dan ook erg mooi om te zien dat de Noren nog vol trots in hun klederdracht rondlopen. Van jong tot oud, iedereen loopt er op z’n best bij. Alle vrouwen in Noorse klederdracht en de mannen in pak of ook in klederdracht.
In alle vroegte vertrekken we de volgende dag weer terug naar Trondheim. Wederom een erg mooie treinreis, waarbij we dit keer zelfs een paar moskussen (de noorse bizons) hebben gespot.
Na een paar dagen Oslo staat er in het weekend erna al weer een concert op het programma. In een achterwijk in Trondheim kom ik aan bij de Verkstedhallen; een zwart zaaltje dat normaal gebruikt wordt voor techno, metal en rockfeestjes. Ondanks de ietwat vreemde locatie en het kleine clubje muzikanten zetten we geen onaardig concert neer. Na het concert kletsen we nog even na, maar van een echte afterparty is helaas geen sprake. De bastuba vraagt me na afloop van het concert wat voor een Nederlands ik nou spreek. Ik heb geen idee wat hij bedoelt, maar dan vertelt hij dat hij naar het WMC in Kerkrade was geweest. Het taaltje dat ze daar spraken was voor hem makkelijk te verstaan, maar dat echte Nederlands was ramp, een mengelmoes van Duits, Deens en Noors …